Het belang van goed leerlinggedrag en wat dat van leraren vraagt

Een sterk leerklimaat op school met klassenmanagement. Geschreven door Gert Verbrugghen en Linda van de Voort.

Een sterk leerklimaat op school met klassenmanagement

Over het belang van goed leerlinggedrag en wat dat van leraren vraagt

Geschreven door: Gert Verbrugghen, docent Engels, Vmbo Alfrinkcollege in Deurne en Linda van de Voort, leerkracht BBS De Vuurvogel in Helmond

21 maart 2024 • Leestijd: 30 minuten

Als leerlingen zich op school niet weten te gedragen komt hun leren en dat van hun klasgenoten in gedrang. Als we leerlingen geen goed gedrag aanleren, zoals zelfdiscipline, doorzetten en empathie, dan gaan zij kansen missen later in hun leven.

Hoe kan het dan dat op Nederlandse scholen goed leerlinggedrag niet de norm is? Dat internationaal onderzoek laat zien dat Nederlandse klassen de meest onrustige zijn? Dat leraren schoolregels niet allemaal toepassen?

In dit artikel verkennen we de cruciale rol van goed leerlinggedrag in het creëren van een sterk leerklimaat op school. We duiken in wat goed leerlinggedrag precies inhoudt, onderzoeken het belang ervan voor zowel leerlingen als leraren en bekijken de praktische uitdagingen en oplossingen voor op school.

We richten ons op de realiteit van leerlinggedrag in Nederlandse scholen, waar uitdagingen zoals onrust in de klas en een gebrek aan motivatie prominent aanwezig zijn. Door middel van casestudy's, zoals die van het Alfrinkcollege (een vmbo) en Brede Basisschool De Vuurvogel, bieden we inzichten in effectieve strategieën en praktijken die hebben geleid tot merkbare verbeteringen in het gedrag van leerlingen en het algehele leerklimaat.

Bovendien tackelen we enkele veelvoorkomende mythes over leerlinggedrag en sluiten we af met het belang van een consistente, schoolbrede aanpak om gewenst gedrag te realiseren en te handhaven.

Definitie goed leerlinggedrag

Goed leerlinggedrag omvat twee onderdelen:

Bron: Tom Bennett, Regie in de Klas

2. Belang van goed leerlinggedrag voor leerlingen en leraren

Leraren vervullen verschillende rollen in het klaslokaal, één van de belangrijkste is die van klassenmanager. Effectief onderwijzen en leren kan niet plaatsvinden in een chaotisch klaslokaal. Als studenten wanordelijk en respectloos zijn, en er geen duidelijke regels en procedures zijn om gedrag te sturen, wordt chaos de norm. In deze situaties lijden zowel leraren als studenten. Leraren hebben moeite met lesgeven, en studenten leren waarschijnlijk veel minder dan ze zouden moeten. In klaslokalen waarin leerlingen goed gedrag laten zien bieden daarentegen een omgeving waarin leraren kunnen lesgeven en leerlingen kunnen leren.

2a. Effect van goed leerlinggedrag op de leerling zelf

Goed gedrag aanleren bij leerlingen helpt hen op drie verschillende manieren:

Mythe 1: Wangedrag is een maatschappelijk probleem, niet het mijne.

Dit klopt niet. Goede scholen weten een cultuur op school te creëren van sociaal gedrag en een sterk leerklimaat in de klas. Ook in wijken waar kinderen vanuit huis minder meekrijgen. En wat áls het een maatschappelijk probleem zou zijn? Onze leerlingen vormen de maatschappij van de toekomst. Wij hebben als leraren maar weinig invloed op de huidige maatschappij, maar we hebben veel invloed op onze leerlingen. Door de hele oorzaak van gedragsproblemen buiten jezelf te leggen, creëer je zelf een gevoel van machteloosheid. In plaats van te klagen over de jeugd van tegenwoordig, kun je beter de teugels beetpakken en ermee aan de slag gaan.

2b. Effect van goed leerlinggedrag op de leraar

Niet alleen de leerling profiteert van goed leerlinggedrag, ook de leraren hebben er veel plezier van. Dit zijn voor hen de voordelen:

Mythe 2: Het gaat toch om veel meer dan alleen maar cijfers?

Zeker, dat zal elke leraar bevestigen. Goed onderwijs gaat ook om persoonlijke en sociale ontwikkeling van de leerlingen. En daar hoort goed leerlinggedrag bij. Namelijk sociaal gedrag en gedragingen die het leren versterken. Zoals bijvoorbeeld zelfdiscipline, geduld en doorzetten. Of sociale vaardigheden zoals empathie tonen, vriendelijk zijn en omgaan met conflicten. In dit artikel hebben we het daarom niet alleen over wangedrag, maar ook over het aanleren van goed gedrag. Leerlingen deze vaardigheden meegeven helpt hen succesvol te zijn in de maatschappij. En daar help je hen enorm mee, zeker omdat niet elke leerling deze vaardigheden vanuit huis meekrijgt.

Als we weten dat klassenmanagement zo belangrijk is, hoe staat het er dan voor in de Nederlandse klassen?

3. Wat is bekend over leerlinggedrag op Nederlandse scholen

Als we kijken wat onderzoek zegt over leerlinggedrag op Nederlandse scholen, dan blijkt dat we nog veel vooruitgang kunnen boeken. We kijken naar beide onderdelen van leerlinggedrag: afwezigheid van wangedrag en positief gedrag:

3a. Afwezigheid van wangedrag? Nederlandse klassen zijn zeer onrustig.

Van alle best presterende landen in PISA heeft Nederland de laagste index voor een ordelijk klimaat in de klas (OESO, 2016). Het verschil is vooral opvallend in vergelijking met Japan, Korea en Estland. Zelfs op de sociaaleconomisch meest bevoorrechte scholen in Nederland is er lawaai en wanorde, moeten leraren lang wachten tot leerlingen rustig zijn en werken leerlingen lange tijd niet na het begin van de lessen.

Daarnaast wordt op Nederlandse scholen nog veel gepest. In het schooljaar 2020-2021 zegt vier procent van de leerlingen in de bovenbouw (groep 6,7,8) van het primair onderwijs zelf te pesten (NJI, 2022). Van de ondervraagde scholieren in het voortgezet onderwijs zegt 6 procent in het schooljaar 2020-2021 weleens iemand gepest te hebben, waarvan de helft minstens één keer per maand tot dagelijks.

3b. Positief gedrag? Motivatie van Nederlandse leerlingen blijft achter

Onderzoek laat zien dat de motivatie van studenten een belangrijke motor is voor leerprestaties. Om succesvol te zijn, niet alleen in het onderwijs maar ook later in het leven, moeten leerlingen bereid zijn om problemen aan te pakken en openstaan voor nieuwe uitdagingen. In Nederland rapporteerden de best presterende leerlingen (OESO, 2016) weliswaar een hogere motivatie dan slecht presterende leerlingen, maar hun motivatieniveau was nog steeds veel lager dan het OESO-gemiddelde.

Mythe 3: Als je goed genoeg lesgeeft, heb je geen ordeproblemen

Goed lesgeven en goed klasmanagement gaan hand in hand. Maar goed lesgeven is geen garantie voor een rustige, gemotiveerde klas. Je kunt als leraar je les nog zo goed voorbereiden, met activerende werkvormen enz, maar als je de klas niet stil krijgt en je komt niet eens tot een goede uitleg, dan kun je je lesvoorbereiding meteen de prullenbak in gooien. Bovendien moeten leerlingen, ook als de les wat saaier is, respectvol gedrag laten zien. Je gaat als volwassene toch ook niet tijdens een saai onderdeel van een training door de trainer heen praten?

Als het in Nederlandse klassen zo onrustig is, is dat een gegeven waar we maar mee moeten leven? Een vmbo-school in Noord-Brabant laat zien dat je met een gemotiveerd team het verschil kan maken.

4. Het Alfrinkcollege in Deurne: via leerlinggedrag naar een van de beste Vmbo's van Nederland

We gaan in dit artikel voorbeelden geven van hoe je als school succesvol leerlinggedrag verandert en daarmee docenten meer werkplezier geeft en leerlingen in een veilig klimaat meer laat leren. Een aantal van deze voorbeelden komen van het Alfrinkcollege. Het Alfrink is een vmbo-school in Deurne (Brabant). Door te gebruiken wat bewezen werkt om leerlinggedrag te veranderen groeiden zij in vijf jaar uit naar een van de allerbeste vmbo-scholen van Nederland.

4a. Reden voor focus op leerlinggedrag

Vijf jaar geleden besloot het Alfrinkcollege het leerlinggedrag te verbeteren als reactie op toenemende onrust en lesproblemen. Het team koos voor een 'evidence informed'-aanpak, in tegenstelling tot het voorstel van de toenmalige directie voor gepersonaliseerd leren via de 'Kunskapsskolan'-methode.

4b. Aanpak en implementatie

De school implementeerde de aanpak gefaseerd, beginnend met het eerste jaar, gebaseerd op onderwijskundige principes zoals die van Rosenshine voor instructie en de aanpak van Bennett op het vlak van gedrag. Dit omvatte trainingen voor leraren in klassenmanagement, cognitieve psychologie, en effectief lesgeven. De schoolleiding speelde een actieve rol in het ondersteunen en uitdragen van deze nieuwe werkwijze.

4c. Praktijken in de klas

Er werden specifieke routines ingevoerd, zoals startroutines, eindroutines, stiltesignalen, willekeurige vraagstelling, en een systeem van beloningen ('merits') en straffen ('demerits'). Deze routines werden consequent toegepast door alle leraren, wat bijdroeg aan een uniforme en effectieve leeromgeving. Leerlingen en leraren werden getraind in deze routines, waarbij de nadruk lag op consistentie en hoge standaarden binnen het hele team.

4d. Effecten op leerlingen, leraren en leren

De nieuwe aanpak resulteerde in positieve veranderingen: verbeterd leerlinggedrag, hogere verwachtingen van leraren, en een veiliger, meer gefocuste leeromgeving. Dit leidde tot betere prestaties, waardoor het Alfrinkcollege tot de top van de Nederlandse VMBO-scholen opklom (98% percentiel op centraal schriftelijk).

Als je zoveel kunt verbeteren in relatief korte tijd dan is blijkbaar het versterken van leerlinggedrag belangrijk. Maar, wat is goed leerlinggedrag?

5. Wat is goed leerlinggedrag?

Wat is goed leerlinggedrag? Hoe verschilt dat afhankelijk van de schoolcontext? En hoe hangen de twee hoofdonderdelen (afwezigheid van wangedrag & positief gedrag) met elkaar samen?

5a. De definitie van goed leerlinggedrag

We hebben boven in dit artikel goed leerlinggedrag gedefinieerd, bestaand uit twee delen:

  1. De afwezigheid van wangedrag. Dat wil zeggen wat niet mag: niet met spullen gooien, niet met je ogen rollen naar de leraar, niet vloeken, niet schelden, niet duwen, pesten of vechten.
  2. Positief gedrag. Dit zijn alle gewoontes die ervoor zorgen dat leerlingen kunnen floreren als leerling en als mens. Dit is veel meer dan volgzaamheid. Je kunt hierbinnen twee dingen onderscheiden. Allereerst gericht op sociaal: zoals elkaar groeten of bedanken, empathie tonen, leren omgaan met conflicten, het melden van problemen. Ten tweede gericht op leren. Denk aan plannen, op tijd komen, je concentreren, vragen beantwoorden, huiswerk inleveren, etc.

Mythe 4: Leerlingen moeten de vrijheid krijgen om zichzelf te zijn

Natuurlijk moet een leerling fouten durven maken, zichzelf durven uiten, een eigen identiteit ontwikkelen, enz. Maar wat als die leerling nu heel spontaan is, constant door de klas roept en telkens het antwoord roept wanneer jij een vraag stelt. Wat als een leerling een pester is? Wat als de leerling fysiek agressief wordt als hij boos wordt? Of uit het lokaal wegloopt? Zolang je in een groep functioneert, kun je niet zomaar doen en laten wat je wil, aangezien je rekening moet houden met de mensen om je heen. Oftewel, de vrijheid van de ene leerling mag niet ten koste van de andere leerlingen.

5b. Goed gedrag is afhankelijk van de context

Hoe ziet wangedrag en goed gedrag er concreet uit? Het gewenste leerlinggedrag is afhankelijk van de context op school. Bij het geven van instructie of het hebben van een klassendiscussie verwacht je ander gedrag van leerlingen. Idem in de klas of op het schoolplein. Bovendien is gewenst gedrag afhankelijk van het leerjaar waaraan je lesgeeft (PO groep 1 tot 8, VO klas 1 tot 4-6). Wat wel constant is zijn de onderliggende waarden: bijvoorbeeld empathie en sociaal gedrag.

5c. Samenhang tussen beide onderdelen van goed gedrag

De afwezigheid van wangedrag is een voorwaarde voor het vertonen van goed gedrag. Als leerlingen hun nukken en grillen niet kunnen beheersen, dan zullen ze minder tot leren komen. Bijvoorbeeld, leerlingen die kletsen met hun buurman of buurvrouw, zullen minder actief meedoen in de les.

Dat betekent dat een leraar die zich alleen op het stimuleren van positief gedrag richt, minder succesvol zal zijn. Als je leerlingen niet helpt wangedrag te voorkomen, dan is het moeilijk om veel met hen te bereiken. Daarom is het niet erg hen te vragen om instructies te volgen en zich te gedragen. Het is zelfs noodzakelijk wil je hen meer laten leren en hen zich te laten ontwikkelen tot sociale, verantwoordelijke mensen.

6. Realiseren goed leerlinggedrag in de klas

Wanneer komen leerlingen in beweging? Wanneer veranderen zij? Niet als jullie een boekje met regels over gewenst gedrag publiceren of alleen maar straffen uitdelen als ze het niet goed doen. Voor echte gedragsverandering is veel meer nodig. Daarbij moet je denken aan vier zaken die alle vier op orde moeten zijn:

We gaan elk van deze vier zaken bespreken:

6a. De leerlingen zijn overtuigd van het nut van goed gedrag

Hoe creëer je de overtuiging bij leerlingen dat het uitvoeren van het gewenste gedrag goed voor ze is? Dat begint met uitleg, maar er is meer nodig:

De effectiviteit van communicatie met leerlingen

Effectieve communicatie met leerlingen is cruciaal om meer te bereiken met leerlingen. Dit omvat zowel verbale als non-verbale aspecten.

Verbale Communicatie:

Non-verbale Communicatie:

Mythe 5: Dit is een vorm van onderdrukking

Leerlingen hebben niet allemaal dezelfde achtergrond en aanleg. Dat betekent dat er leerlingen zijn die zich vanzelf gedragen en leerlingen die daar les in moeten krijgen. Help je hen hier niet mee, dan werk je mee aan het Mattheus-effect: 'Wie heeft zal meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal alles worden ontnomen'. Wil je alle kinderen kansen bieden, ook de leerlingen die van huis minder hebben meegekregen, dan is sturen op gedrag geen optie maar een noodzaak. Oftewel, zonder autoriteit van de leraar zal er van leren weinig terechtkomen en misgun je kansarme leerlingen kansen. Is dat onderdrukking? Nee, het is het aanleren van goed gedrag.

6b. De leerlingen zien elkaar en hun leraren het goede voorbeeld geven

Het is belangrijk dat leerlingen niet alleen overtuigd zijn van het nut van gewenst gedrag, maar ook daadwerkelijk zien dat hun medeleerlingen en de leraren het goede voorbeeld geven. Hier zijn enkele strategieën om dit te bereiken:

De app TeacherTapp vroeg leraren of er schoolbrede regels voor leerlinggedrag zijn, en of alle leraren die handhaven (Teachertapp, 2022). In het basisonderwijs blijken die regels er op de meeste scholen te zijn, en het merendeel van de leerkrachten die ook vaak te handhaven. Het verhaal was anders in het voortgezet onderwijs. Maar één procent gaf aan dat alle leraren de schoolregels handhaven. Terwijl bijna de helft antwoordde dat maar de "de helft" of een klein deel van de leraren de regels handhaaft. Met als voorbeeld telefoongebruik: daar waren regels voor op hun school, gaf 85% van de VO TeacherTapp-leraren aan. Maar de meesten (60%) zei ze zelf niet te handhaven.

6c. Er is een duidelijke structuur om het gewenste gedrag te ondersteunen

Een heldere structuur is essentieel om gewenst gedrag te ondersteunen en te bevorderen binnen de schoolomgeving. Hier zijn enkele strategieën die kunnen helpen bij het implementeren van deze structuur:

Alfrinkcollege: routines oefenen

Binnen het Alfrinkcollege zijn een aantal routines afgesproken en getraind die in elke klas worden toegepast:

6d. De leerlingen hebben de vaardigheden om het gewenste gedrag te vertonen

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen kunnen wat jullie van hen verwachten? Dat begint met de realisatie dat het aanleren van goed gedrag niet fundamenteel anders is dan het leren van rekenen of lezen. Leerlingen krijgen van huis uit wat mee, de een meer dan de ander, maar zonder instructie op school, zonder oefening en herhaling, gaan zij niet het gedrag vertonen dat jullie graag zien. Wat kun je doen om de vaardigheden van leerlingen te versterken?

Alfrinkcollege: instructie in goed gedrag

Op het Alfrinkcollege worden leerlingen getraind in het gewenste gedrag tijdens de introductieweek. Was deze week voorheen vooral kennismaken en plezier hebben, nu wordt veel tijd besteed aan het trainen van de routines, zijn er sprekers over omgaan met tegenslag, en gaat het over de waardes van de school (bijvoorbeeld het belang van empathie, dankbaarheid, vriendelijkheid).

Oftewel, gewoon goed lesgeven, maar dan in gewenst gedrag. Dat is wat de leerlingen nodig hebben. Maar hoe staat het eigenlijk met je collega's in het lerarenteam? Wat hebben zij nodig? En hoe start je hiermee, daar gaat de casus van BBS De Vuurvogel over.

7. BBS De Vuurvogel in Helmond: hoe je kunt starten met het versterken van leerlinggedrag

BBS De Vuurvogel is een grote basisschool in Helmond. Het team zag steeds meer probleemgedrag bij leerlingen, wat ten koste ging van veiligheid in de klas, op het schoolplein en het lesgeven bemoeilijkt. Na een workshop met Gert Verbrugghen van het Alfrinkcollege besloot het team hier verandering in te brengen.

7a. Redenen voor verbetering van leerlinggedrag

De regels en routines die het team sinds hun start acht jaar geleden met groepsdynamisch onderwijs hadden afgesproken werden niet meer door alle teamleden gehanteerd. Het team zat niet meer op één lijn. Het effect was steeds meer problematisch gedrag van leerlingen. Uit het leerlingvolgsysteem bleek een lager gevoelde veiligheidsbeleving en hoger gevoelde pestbeleving bij kinderen.

Op het schoolplein zochten kinderen de grenzen op, er waren conflicten. De afspraak was dat elk incident gemeld zou worden en dat de surveillant dan een driehoeksgesprek met de betrokken kinderen zou voeren. Maar niet elke leraar deed dat. Met als gevolg dat leerlingen het gevoel kregen 'er gebeurt hier toch niets'. Dat werd dan van kwaad tot erger. Als je elkaar mag uitschelden, waarom mag je dan niet de leraar uitschelden? De conflicten begonnen daardoor ook het lesgeven te raken. Het was tijd om verandering aan te brengen.

7b. Acties ondernomen door het team

Om de situatie te verbeteren, ondernam het team verschillende acties. Ze hielden een workshop over leerlinggedrag en versterkten bestaande routines, zoals de 'socio-kring'. Ze maakten gebruik van leerkracht-verbeterborden om doelgerichte acties uit te voeren en pasten wetenschappelijke inzichten uit 'Doorloopjes' toe om effectieve lesgeeftechnieken te integreren. Deze veranderingen omvatten duidelijke instructies voor gewenst gedrag en het aanpakken van conflicten op het schoolplein.

7c. Effecten van op leerlingen en leraren

De inspanningen van het team leidden tot positieve veranderingen. Leerlingen gedroegen zich beter, wat bijdroeg aan een veiliger en meer ondersteunend leerklimaat. Leraren ervaarden een sterkere eenheid en effectievere pedagogische aanpak. Er was minder verstoring in de lessen, wat resulteerde in meer effectieve lestijd en een beter leeromgeving. Hoewel de school nog steeds werkt aan het verder verbeteren en handhaven van routines, zijn de eerste resultaten na een half jaar inzet al veelbelovend.

Dit is hoe BBS De Vuurvogel al snel resultaat boekte. Maar wat kun jij doen om ervoor te zorgen dat het hele team op jouw school aan de slag gaat met leerlinggedrag en daarbij ook snel succes boekt? Daar gaat de volgende sectie over.

8. Realiseren goed leerlinggedrag op school

Als leraar kan je hard werken aan het versterken van leerlinggedrag. Maar als je je collega's niet mee hebt, dan beperkt dat het effect dat jij kunt realiseren. Bedenk maar wat het met een leerling doet als bij de ene leraar meer mag dan bij de andere, of als de ene leraar veel waarschuwingen geeft, terwijl bij de andere leraar direct een straf volgt. Als je samen optrekt als team geef je leerlingen duidelijkheid en bereik je meer.

Maar, als je weet dat samen optrekken cruciaal is, hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat het hele team overtuigd is van instructie op leerlinggedrag? Hoe zorg je ervoor dat jullie het goede voorbeeld geven? Wat hebben leraren nodig qua ondersteuning en vaardigheden? Daar gaat deze sectie over. We gebruiken hiervoor weer hetzelfde model als uit de vorige sectie over leerlingen met vier onderdelen: overtuiging, voorbeeldgedrag, structuur en vaardigheden.

8a. Creëren van overtuiging

Hoe creëer je overtuiging? Dat begint vaak met begrip creëren. Wat is goed leerlinggedrag? Waarom is goed leerlinggedrag zo belangrijk? Wat kun je eraan doen? En werkt dat? Hoe help je je collega's deze vragen te beantwoorden? Dat kan op een paar manieren:

BBS De Vuurvogel: met het team in gesprek

Het hele schoolteam volgde vlak na de zomervakantie een workshop van docent Gert Verbrugghen van het Alfrinkcollege over leren en leerlinggedrag. Daarna ging het team verder met het maken van afspraken over gewenst leerlinggedrag. Een ontwerpteam met een aantal leraren bereidde hierover gesprekken met het hele schoolteam voor. Daartoe las het ontwerpteam steeds hoofdstukken uit 'Regie in de Klas' van Tom Bennett. En zette de inzichten uit dit boek om in stellingen om te bespreken met het schoolteam. Uit het gesprek hierover volgen dan afspraken met het hele team.

Als je begrip over het belang hebt gecreëerd is het tijd om aan de slag te gaan. Voor echte overtuiging is het namelijk belangrijk om persoonlijk succes te ervaren. Hoe doe je dat?

Mythe 6: Dit is voor mij als leraar een keurslijf

Je zou kunnen denken 'Ik moet toch mezelf kunnen zijn als leraar?'. Natuurlijk! In hoe je lesgeeft en wat je didactiek is. Maar als elke leraar eigen regels gebruikt voor leerlinggedrag, dan wordt het een chaos op school. Alleen als jullie als team optrekken, kun je een leerklimaat op school creëren waarin leraren geen politieagent meer hoeven te spelen, waarin goed gedrag de norm is en waar leraren zich kunnen concentreren op hun vak: lesgeven.

8b. Geven van voorbeeldgedrag

8c. Structuur creëren

BBS De Vuurvogel: verbeterborden

Het team werkt met doelen die zij op 'verbeterborden' zetten. Voorbeelden van deze doelen zijn 'bij het teken van de hand-klap ben ik stil en kijk ik naar de juf', 'ik begroet de juf bij de deur', 'stil in de gang' en 'ik draag bij aan veiligheid door gepest te melden (speelplein)'. Voor elk van deze doelen nemen leraren actie: door instructie geven in deze routines.

Bijvoorbeeld voor de routine 'goedemorgen zeggen' zijn de acties van de leraren op tijd bij de deur staan en een verwachtingsvolle houding aannemen. Een ander voorbeeld, voor 'stil in de gang' heeft één van de leraren een filmpje opgenomen over hoe je hier expliciete directe instructie over kunt geven aan de leerlingen. Wat alle leraren vervolgens in hun klas deden. In wekelijkse bordsessies bespreekt het team de voortgang en het effect. Zo wordt snel effect geboekt. En doet iedereen mee.

8d. Bouwen van vaardigheden

BBS De Vuurvogel: het inzetten van 'Doorloopjes'

De keuze van het team van BBS De Vuurvogel voor belangrijke routines was gebaseerd op wat onderzoek zegt. Voor dat onderzoek maakt het team gebruik van Doorloopjes, een website gebaseerd op drie boeken over lesgeven met zo'n 150 bewezen effectieve technieken. Het team gebruikt technieken zoals 'Herhaal routines' (voor het oefenen van routines), 'Positief framen' (voor het aanspreken van leerlingen), 'Communiceer hoge verwachtingen' (om te zorgen dat ze krijgen wat ze verwachten). Het team vertaalt de stappen uit elk doorloopje in afspraken over leerlinggedrag. Bijvoorbeeld voor de routine 'Ik loop stil in het schoolgebouw en loop niemand voorbij' was het binnen twee dagen na de start stil in de gangen. Zelfs de kleuters konden dat.

Mythe 7: Relatie gaat vóór prestatie

De achterliggende gedachte is 'leerlingen werken alleen voor een leraar die zij aardig vinden'. Het is geweldig om aardig gevonden te worden. Maar leraren staan voor de klas om les te geven, om leerlingen kennis bij te brengen en zich te ontwikkelen als mens. Als we 'aardig gevonden worden' als doel definiëren, dan offeren leraren het leren op aan hun band met leerlingen. Want wat heb je eraan als je je leraar aardig vindt, maar vervolgens wel een dikke onvoldoende staat op het einde van het jaar en weinig geleerd hebt? Bovendien als leraren goed lesgeven, gaan leerlingen hen waarschijnlijk vanzelf aardig vinden. Een goede leraar geeft leerlingen immers een gevoel van competentie en veiligheid en dat versterkt de relatie met je leerlingen. Relatie en prestatie gaan zo hand in hand.

9. Conclusie

We hebben laat zien wat het belang is van goed leerlinggedrag voor een effectieve leeromgeving. Goed leerlinggedrag, gedefinieerd als zowel de afwezigheid van wangedrag als het vertonen van positief gedrag, is essentieel voor zowel de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen als voor de effectiviteit van het onderwijsproces. We lieten zien dat in Nederlandse scholen ruimte voor verbetering bestaat, gezien de onrust in de klassen en de achterblijvende motivatie van leerlingen.

Aan de hand van uitgebreid onderzoek en praktijkvoorbeelden, zoals die van het Alfrinkcollege en BBS De Vuurvogel, illustreert het artikel effectieve strategieën om goed leerlinggedrag te bevorderen. Deze strategieën omvatten onder andere het creëren van overtuiging, het geven van het goede voorbeeld, het inzetten van een duidelijke structuur en het bouwen van benodigde vaardigheden. Zowel bij leerlingen als leraren. Het belang van een schoolbrede aanpak wordt benadrukt, waarbij niet alleen leraren, maar ook schoolleiders een sleutelrol spelen in het creëren en onderhouden van een sterke leeromgeving.

Het artikel weerlegt ook enkele mythes rondom leerlinggedrag en biedt concrete handvatten voor leraren en scholen om gedragsverbetering als team doelgericht aan te pakken. Dit vereist een cultuur van samenwerking, constante evaluatie en aanpassing, en een gedeelde visie op wat goed leerlinggedrag inhoudt en hoe dit te realiseren.

In conclusie kunnen we stellen dat het versterken van goed leerlinggedrag een essentiële stap is naar het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Dit vraagt om een gedegen, consistente aanpak op schoolniveau, waarbij zowel leraren als schoolleiding betrokken zijn. Door een sterke focus op zowel het voorkomen van wangedrag als het stimuleren van positief gedrag, kunnen scholen een omgeving creëren waarin zowel leerlingen als leraren kunnen floreren, wat uiteindelijk leidt tot betere leerresultaten en een positiever schoolklimaat.