HET PASAAN-PROCES

Hoe · Boek 2 · Pagina 166

Een belangrijk onderdeel van ons denken achter de Doorloopjes is dat ze bewust generiek en contextvrij zijn. We zijn van mening dat een Doorloopje geen strak recept moet zijn, of een afvinklijstje met vaste punten. Het is slechts een referentiepunt voor reflectie, en om coachings- en feedbackdiscussies te ondersteunen.

Bij de Doorloopjes zie je rechtsonder steeds dezelfde boodschap herhaald: Proberen, Ontwikkelen, Sleutelen, Aantal keer oefenen, Nabeschouwen – PASAAN. Het is belangrijk dat leraren de Doorloopjes aanpassen, zodat ze vorm kunnen krijgen binnen hun eigen specifieke context – voor dat specifieke vak, voor die specifieke leerlingen en voor dat specifieke lokaal.

Stap 1: PROBEREN

Gebruik één Doorloopje per keer. Doorloop de vijf stappen en probeer ze toe te passen binnen jouw context. Dit kun je mentaal doen, maar je kunt het ook toepassen binnen een lessituatie, om te zien of de stappen logisch lijken. Evalueer deze eerste poging. Werkten de stappen? Was het de juiste volgorde? Ontbreekt er iets? Zou je het anders willen doen?

  1. AANPASSEN
  2. SLEUTELEN
  3. AANTAL KEER OEFENEN
  4. NABESCHOUWEN

Maak gratis een account aan om alle stappen te zien.