ONTWERP

Waarom · Boek 1 · Pagina 16

Ontwerp is meer dan versiering. De afgelopen tien jaar zijn de vormgevers van *The Guardian* verhuisd van de kelder naar het centrum van de redactie. Grafisch ontwerp is in al zijn aspecten een kernelement in het creatieve proces.

Dat is ook zo in het onderwijs. Hedendaagse leren met een volle werkweek willen informatie zo gemakkelijk mogelijk vinden en daarbij eenvoudig de kern achterhalen. Ze willen ook dat informatie aantrekkelijk is vormgegeven, omdat dit de status van een modern beroep weerspiegelt. Maar bovenal willen ze dat de principes uit de cognitieve wetenschap duidelijk worden toegepast. Met deze uitgave willen we de daad bij het woord voegen.

## HET PROBLEEM MET VIDEO

Video is een teleurstelling gebleken. Cognitievebelastingsgoeroe John Sweller laat zien dat video de hooggespannen verwachtingen niet waarmaakt (Sweller & collega's, 2011). Doordat video zich met een levensechte snelheid afspeelt, treedt het informatieverwerkingsmechanisme op, waardoor de kijker vergeefs snel vervagende beelden in zijn werkgeheugen probeert te proppen.

Daar komt nog eens bovenop dat video’s van leren in het klaslokaal te veel afleidende informatie bevatten – het meubilair, de kleren, de posters – waardoor de belangrijkste leerpunten uit het zicht raken. John Bransford (Bransford et al., 2000) waarschuwt dat alleen experts in staat zijn om de belangrijkste accentpunten eruit te pikken als ze een leraar observeren, of dat nu live is of op video. Dus wellicht zijn foto’s een optie?

## WAAROM FOTO'S NIET WERKEN

Alberto Cairo, hoogleraar en praktijkdeskundige op het gebied van grafische communicatie, wijst ons erop dat ‘een foto te veel informatie bevat die irrelevant is voor een goed begrip van wat er gebeurt’ (Cairo, 2013). Levensecht kan te veel van het goede zijn.

## EEN LIJNTEKENING VERDUIDELIJKT

Een fascinerend aspect van onze waarneming is dat we objecten identificeren aan de hand van hun begrenzingen, en niet van hun interne karakteristieken. Het aanbrengen van schaduw, textuur en andere oppervlaktedetails is niet alleen overbodig, het draagt ook bij aan de visuele ‘fruis’.

Het begrip signaal-ruisverhouding maakt duidelijk waarom het toevoegen van dergelijke details in een ontwerp (de ruis) afleidt van de beoogde boodschap (het signaal). Vanwege dit principe zijn de figuren in de Doorloopjes gestileerd en hebben ze zo min mogelijk textuur.

## OVERWEGINGEN BIJ HET WERKGEHEUGEN

De meeste Doorloopjes zijn processen met een begin, midden en eind; een natuurlijk verloop dat georganiseerd is van links naar rechts. Het aantal stappen is beperkt tot vijf, aansluitend bij het onderzoek van Cowan (2001) naar de werkgeheugencapaciteit bij het verwerken van betekenisvolle inhoud (vier plus of min een). Voor de nodige consistentie passen we deze structuur van vijf stappen toe bij alle Doorloopjes.

## HET STOKFIGUURTJE

Het moderne grafische stokfiguurtje ontstond in de jaren dertig, met Otto Neurath en zijn illustrator Gerd Arntz. Rudolf Manley zette deze figuurtjes in de jaren zeventig om in stijlvolle clipart, zoals hieronder te zien is.

Otl Aicher stileerde op briljante wijze het stokfiguurtje voor de Olympische Spelen in München van 1972.

Aan het begin van deze eeuw paste het Amerikaanse visuele communicatiebureau Xplane het stokfiguurtje aan voor het moderne kantoor.

Een alledaagse verschijningsvorm van deze grafische aanpak is natuurlijk het toiletbordje.