Opdrachtencircuit

Modus B Lesgeven · Boek 3 · Pagina 150

Er zijn situaties waarin leerlingen moeten oefenen, maar waarbij het niet praktisch of efficiënt is als ze dat allemaal om de beurt moeten doen, of juist allemaal tegelijk. In een opdrachtencircuit of opdrachtencarrousel organiseer je verschillende opdrachten in het klaslokaal, zodat leerlingen na het uitvoeren van de ene opdracht kunnen doordraaien naar de volgende en iedereen aan het einde van de rit alle opdrachten heeft gedaan. Als een dergelijke activiteit zorgvuldig wordt voorbereid, kan die zorgen voor prachtige leerervaringen die je op een andere manier niet georganiseerd krijgt.

Stap 1: ONTWERP EEN CIRCUIT MET KORTE ACTIVITEITEN

Richt een aantal verschillende werkplekken in waar de leerlingen steeds binnen een bepaalde tijd een opdracht kunnen uitvoeren. Denk aan scheikundige proeven; fitnessoefeningen; handvaardigheids- of tekentechnieken; muziekinstrumenten; meetactiviteiten; kunstvoorwerpen of tekstbronnen. Je hebt voldoende werkplekken nodig om de volledige groep te kunnen bedienen, bijvoorbeeld 10 werkplekken voor groepjes van 3 in een klas van 30. Dit kunnen ook vijf verschillende activiteiten zijn, waarbij elke activiteit op twee verschillende werkplekken wordt uitgevoerd.

  1. GEEF INSTRUCTIES DIE GERICHT ZIJN OP LEERDOELEN
  2. WIJS STARTPOSITIES TOE, CONTROLEER & BEGIN
  3. ROULEER VAN WERKPLEK NAAR WERKPLEK
  4. LOOP ROND EN BEGELEID

Maak gratis een account aan om alle stappen te zien.