LAAT ELKE LES TELLEN

Waarom · Boek 3 · Pagina 24

Zes principes voor effectief lesgeven

Omdat lesgeven een complexe activiteit is, helpt het om te kijken naar de verschillende componenten ervan. Daardoor spreken leraren dezelfde taal en kunnen ze hun lespraktijk per onderdeel verbeteren. De zes principes die we hier noemen – uitdagen, uitleggen, voordoen, oefenen, feedback en vragen stellen – worden gestaafd door het beste onderzoek dat momenteel beschikbaar is voor effectieve didactiek. Ze zijn niet bedoeld als rigide lesplan, maar kunnen gevormd worden naargelang het vakgebied, de lesinhoud en het type leerling.

Uitdagen

Uitdaging zorgt ervoor dat leerlingen na gaan denken over belangrijke vakinhoud en zou een onderdeel moeten zijn van alle les- en curriculumplannen, zodat leraren altijd hoge verwachtingen hebben van al hun leerlingen. Kies eerst werk met een normale moeilijkheidsgraad: niet te moeilijk, niet te makkelijk. Zorg er daarnaast voor dat alle leerlingen toegang hebben tot uitdagender materiaal. Begeleid en ondersteun ten slotte alle leerlingen in hun leerproces; onthoud leerlingen die misschien minder capabel lijken niet van extra uitdaging, want dat zorgt er alleen maar voor dat ze achterop raken. Het doel moet zijn dat alle leerlingen naar buitengewone prestaties streven.

Uitleggen

Uitleggen is het proces van het overbrengen van nieuwe concepten en ideeën op een duidelijke, beknopte en gedenkwaardige manier. Het doel is om abstracte, complexe ideeën en procedures tot leven te laten komen in de hoofden van de leerlingen. Uitleg omvat het doelgericht gebruik van concrete voorbeelden, analogieën, verhalen en visuele hulpmiddelen zoals illustraties. De kunst is om je eigen deskundige, impliciete kennis en vaardigheid te ontmantelen en vervolgens opnieuw te verpakken voor je leerlingen, door ze op te splitsen in beheersbare delen, te koppelen aan wat de leerlingen al weten, misvattingen aan te pakken en een licht te werpen op de verborgen fijne kneepjes van het onderwerp.

Voordoen

Voordoen houdt in dat leerlingen door nieuwe problemen en procedures worden geleid, van het oplossen van een vergelijking tot het schrijven van een inleiding of een essay, zodat ze kunnen zien hoe ze de kennis kunnen toepassen. Voordoen is bijzonder effectief wanneer het de nadruk legt op metacognitieve vaardigheden als plannen, volgen en evalueren. Naast het voordoen van handelingen doen we ook ons eigen denken voor. Er zijn twee manieren van ‘voordoen’. De eerste is het live voordoen, eventueel met behulp van het bord, waarbij je laat zien hoe jij als expert een proces doorloopt. De tweede manier is het gezamenlijk analyseren, vergelijken en bespreken van leerlingwerk.

Oefenen

Oefenen gaat over de tijd die leerlingen besteden aan het zich toe-eigenen van nieuwe stof, zodat deze volledig wordt begrepen en kennis wordt overgebracht naar het langetermijngeheugen. Voordoen en uitleggen zijn vaak weinig effectief zonder oefening. Bij het werken met nieuwe en uitdagende stof moet het oefenen langzaam en doelgericht gebeuren. Leerlingen kunnen oefenen door vragen te beantwoorden, taken te voltooien of deel te nemen aan een discussie. Het onthouden wordt bevorderd door oefentaken of overhoringen over eerder behandelde lesstof, waarbij weinig op het spel staat.

Feedback

Feedback werkt als een wegwijzer. Leerlingen moeten begrijpen waar ze op moeten mikken, hoe ze koers moeten houden, of ze hun bestemming bereikt hebben en waar hun volgende doel ligt. Het doel van feedback, zowel mondeling als schriftelijk, is altijd het leerproces verder te brengen naar een volgende stap, naar een langetermijndoel of een vraag die uitnodigt tot reflectie. Denk na over de timing van feedback: snappen leerlingen waarom ze de feedback ontvangen en weten ze hoe ze die moeten gebruiken? De beste lessen zijn lessen waarin we de feedback die we van leerlingen vergaren, gebruiken om onze lessen aan te passen.

Vragen stellen

Vragen stellen dient een heel scala aan doeleinden en ondersteunt de andere vijf principes. Effectieve leraren stellen veel vragen en verwachten van alle leerlingen dat ze een antwoord geven. Bevragen moet aanzetten tot nadenken. Door begrip te controleren, misvattingen te testen en dieper denken te stimuleren blijven leerlingen op het goede spoor. De twee nuttigste strategieën met betrekking tot vragen stellen zijn: (1) een moeilijke vraag stellen nadat een leerling een makkelijkere vraag correct heeft beantwoord en (2) Ongevraagd aanwijzen.

Stap 1: Stap 1

  1. Stap 2
  2. Stap 3
  3. Stap 4
  4. Stap 5

Maak gratis een account aan om alle stappen te zien.