KERNCONCEPTEN VOOR SCHRIJFVAARDIGHEID

Waarom · Boek 3 · Pagina 32

Het ontwikkelen van schrijfvaardigheid is cognitief enorm belastend: verschillende processen moeten tegelijkertijd worden gecoördineerd. Het Simple View of Writing-model (Berninger et al., 2002) laat zien welke eisen deze onderling gerelateerde elementen stellen aan het werkgeheugen. Transcriptie en tekstproductie moeten zich vlot kunnen ontwikkelen tot een nauwkeurig en vloeiend automatisme. Deze processen – gebaseerd op het Improving Literacy in KS2-rapport van de EEF – moeten worden onderwezen en niet alleen getoetst.

## EEN MODEL VOOR SCHRIJFVAARDIGHEID

Dit model is gebaseerd op het Simple View of Writing-model van Berninger en collega’s.

## SPELLEN

Kinderen moeten een uitgebreide woordenschat hebben en snel en nauwkeurig kunnen spellen om vloeiend te kunnen schrijven. Het leren spellen gaat hand in hand met het decoderen bij lezen. Beide processen worden versterkt door systematische instructie op de klanktekenkoppeling. Door voort te bouwen op hun vroege klank-tekenkoppeling, regelmatig voor te doen en spelling te oefenen, bereid je de leerling goed voor op wat volgt. Er zijn drie belangrijke soorten fouten die zich in de spelling kunnen voordoen, waar leraren zich van bewust moeten zijn.

## TRANSCRIPTIE

Met de hand schrijven is een proces, geen product. Van de kleuterschool tot aan het einde van de basisschool moeten leerlingen voorbeelden en instructie krijgen met betrekking tot het correct schrijven van de letters. Om vloeiend te kunnen schrijven, is het belangrijk dat de pennenstreken op de juiste manier en in de juiste richting op het papier komen. Leraren moeten tijdens het schrijven aandacht hebben voor zowel de techniek als het eindresultaat.

## FONOLOGISCHE FOUTEN

Fonologisch incorrect, zoals weps voor wesp/verkansie voor vakantie.

## ORTHOGRAFISCHE FOUTEN

Fonologisch correct, maar verkeerd gespeld, zoals sirkus voor circus.

## MORFOLOGISCHE FOUTEN

Fonologisch correct maar zonder bewustzijn van morfologie, zoals gebrant voor gebrand.

## SCHRIJFVAARDIGHEID

Het ontwikkelen van schrijfideeën wordt ondersteund door de expressieve taalvaardigheden van kinderen (EEF, 2018b). Iedereen heeft baat bij het ontwikkelen van een uitgebreide woordenschat met focus op communicatie en taal, maar voor kinderen uit kansarme milieus is dit essentieel. Woordenschat kan worden georganiseerd op drie niveaus, waarbij niveau 2 het meest doeltreffend is voor expliciete instructie aan jonge kinderen. Zinsbouw ontwikkelt zich, net als spelling, door voorbeelden en voordoen, gevolgd door oefening en feedback en tot slot verbeteren en verfijnen. De zinsbouw van kinderen moet complexer worden naarmate ze vorderen; ze moeten beginnen met het maken van weloverwogen keuzes om specifieke effecten te creëren in verschillende tekstsoorten.

# EXECUTIEVE VAARDIGHEDEN

Schrijven is een proces, geen eenmalige gebeurtenis. Het proces kan worden onderverdeeld in 5 stadia (EEF, 2021b):

* Plannen * Opstellen * Herzien * Proeflezen * Publiceren

In elk van deze vijf fasen zijn voordoen en oefening van belang. Voor jongere kinderen kunnen de verschillende stadia versimpeld of met behulp van afbeeldingen worden aangeboden. Schrijven met een specifiek doel kan motiverend werken, de focus leggen op specifieke woordenschat en bepalend zijn voor zinsbouw en structuurkeuzes. De onderstaande lijst (gebaseerd op EEF, 2021b) geeft een volgorde aan, die de vijf stadia ondersteunt.

* Voorbereidende oefening om mondeling taalbegrip te bevorderen. * Ontwikkelen van woordenschat en mondeling taalbegrip. * Onderscheiden van verschillende tekstfuncties. * Voordoen en gezamenlijk schrijven. * Gepaste ondersteuning bij het schrijven o.b.v. een plan. * Gepaste ondersteuning bij het herzien van de tekst. * Feedback, ook van klasgenoten, ter ondersteuning van het proefleesproces.

Stap 1: Stap 1

  1. Stap 2
  2. Stap 3
  3. Stap 4
  4. Stap 5

Maak gratis een account aan om alle stappen te zien.