DENKEN ZICHTBAAR MAKEN

Waarom · Boek 2 · Pagina 28

Allen Collins, John Seely Brown en Ann Holum kwamen in 1991 op het idee dat de aanpak van de traditionele gildes bruikbaar is om de vakinhoudelijke denkprocessen waarmee we problemen oplossen zichtbaar te maken voor onze leerlingen. Hun uitgangspunten om cognitieve meestergezelomgevingen te ontwerpen komen tot uitdrukking binnen ‘een raamwerk dat bestaat uit de vier dimensies die elke leeromgeving kent: inhoud, methodische aanpak, volgorde en sociale omgeving’.

Stap 1: WAAROM DENKEN ZICHTBAAR MAKEN?

In de traditionele gildes werden waarneembare technieken overgedragen. In een schoolse setting zijn de vereiste cognitieve processen grotendeels onzichtbaar, waardoor ze aan de oppervlakte moeten worden gebracht. Om de taken voor de leerlingen betekenis te geven, situeert een cognitieve meestergezelomgeving deze in een betekenisvolle context, die voor leerlingen toegankelijk is. Anders dan bij de traditionele ontwikkeling van vakmanschap, worden in een cognitieve meester-gezelrelatie denkprocessen en vaardigheden onderwezen die overdraagbaar zijn van de ene uitdagende taak naar de volgende.

  1. INHOUD | SOORTEN KENNIS DIE NODIG ZIJN VOOR EXPERTISE
  2. METHODISCHE AANPAK | DE ONTWIKKELING VAN EXPERTISE
  3. VOLGORDE | HET LEREN INDELEN
  4. SOCIALE OMGEVING | DE SOCIALE KENMERKEN VAN LEEROMGEVINGEN

Maak gratis een account aan om alle stappen te zien.